Ons onderwijs

Informatie over het onderwijs op onze school

Ons onderwijs


De vier pijlers van ons onderwijsconcept
Het onderwijs op OBS Op d’ Esch kent vier belangrijke pijlers:
1. Het pedagogisch klimaat is optimaal. De sociale veiligheid is gewaarborgd.
2. Er wordt gewerkt vanuit leerdoelen door de leerkracht en de leerling.
3. De leerkracht vertaald de onderwijsbehoefte van een leerling naar een effectieve aanpak.
4. De leerling is eigenaar van het eigen leerproces.

Pedagogisch klimaat
De school zet in op een positief pedagogisch klimaat. Binnen dat pedagogische klimaat is er ruimte in gebondenheid. Omdat er beperkt ruimte is als je met veel leerlingen bent. Ruimte krijgen en geven is dus een kernwaarde. Iedere leerling wil zich veilig voelen. Dat kan als iedere leerling zich inzet voor de eigen veiligheid en die van de andere leerling. Iedere leerling wil ‘ruimte’ om er te mogen zijn. Dat kan alleen als alle leerlingen ruimte aan elkaar geven. Dat maakt dat alle leerlingen even veel verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de sociale omgeving die OBS Op d ’Esch heet.

Wij willen dat alle leerlingen zich op school veilig en vertrouwd voelen. Omdat te bereiken wordt er vooral in het begin van het schooljaar in elke groep gewerkt aan het groepsproces. We spreken van de gouden weken waarin de leerkracht met de leerlingen in gesprek is over hoe om te gaan met elkaar. Het gedrag wordt geoefend met elkaar. En er worden een aantal regels opgesteld waaraan leerlingen en leerkracht zich verbinden.
De basis afspraken zijn de volgende:
  • Iedereen doet normaal;
  • Iedereen gaat om met elke andere leerling om op een manier die hij zelf ook graag wil;
  • Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag en loopt daar niet voor weg.

Leerkrachten zijn zich bewust van hun rol als opvoeder en voorbeeldfunctie. Zij houden zich aan de gedragscode die is vastgelegd.
Leerlingen wordt geleerd om te gaan met onprettig gedrag van een andere leerling. Of dat nu plagen of pesten is, dat maakt niet uit. De leerling die met dit gedrag wordt geconfronteerd wil dat het ophoudt. Leerlingen leren om STOP te zeggen en de ander duidelijk te maken dat het direct moet ophouden. Lukt het niet dan is de gang naar de leerkracht de volgende stap. Maar eerst zelf oplossen is het devies.

Op eigen benen leren staan
In alle groepen wordt gewerkt op dezelfde manier en volgens dezelfde regels. Er is een dagritme dat zowel de leerlingen als de leerkrachten houvast geeft en duidelijkheid over wanneer er moet worden gewerkt en wanneer er tijd is voor ontspanning en andersoortige activiteiten. In de ochtend is er veel voor de basisvakken Lezen, Rekenen en Taal. De middagen zijn voor wereldoriëntatie en sociale-maatschappelijke vorming (burgerschap)
Het gedrag in de groep wordt regelmatig geoefend. De leerlingen kunnen niet op alle momenten bij de leerkracht terecht. Zo leren ze omgaan met uitgestelde aandacht. Leerlingen wordt geleerd wat ze op deze momenten wel kunnen doen. Bijvoorbeeld een klasgenoot om hulp vragen, een som leren. overslaan, of een andere opdracht afmaken. Door het werken met dagtaken en weektaken leren kinderen hun eigen werk te plannen en in te delen.
De taken worden aangepast aan het niveau van de leerlingen. Ieder kind heeft een eigen dag- of weektaak. De weektaak daagt de kinderen uit na te denken over wat ze hebben geleerd en hoe ze hebben gewerkt. De leerkracht gaat hierover met de kinderen in gesprek. Op deze manier leren kinderen zelfstandig te werken en hun taken goed te plannen. Ook krijgen kinderen handvatten om op de juiste wijze hun huiswerk te maken. Zo leren wij de kinderen zelf verantwoordelijk te zijn voor hun eigen werk en leerproces en bereiden wij hen voor op het voortgezet onder wijs. Wij leren de kinderen op eigen benen staan.

Het beste voor ieder kind
Wij willen ieder kind het beste uit zichzelf laten halen. Daarom werken leerlingen voor elk vak op hun eigen niveau aan het behalen van de lesdoelen. Aan het begin van iedere les vertel de leerkracht wat de kinderen gaan leren. Er wordt gewerkt aan de leerdoelen die elk kind verwacht wordt te halen.
Daarna wordt uitgelegd hoe de kinderen dat kunnen aanpakken. Leerlingen die de opdracht al begrijpen gaan direct aan de slag. Deze kinderen krijgen ook extra werk, op een hoger niveau. De leerkracht geeft de rest van de groep een duidelijke uitleg.
Daarna gaan de meeste kinderen zelfstandig aan het werk. Terwijl de klas aan het werk is, krijgt een klein groepje kinderen extra hulp van de leerkracht. Tijdens het werken mogen kinderen elkaar helpen. Hierdoor leren kinderen samen-

Werken vanuit leerdoelen en onderwijsbehoeften vertalen in een effectieve didactische aanpak
Concreet betekent dit dat elke dag leerdoelen voor tenminste twee vakken op het bord staan vermeld. Het leerdoel staat in de ik-vorm op het bord. Er wordt elke morgen en middag voldoende tijd ingeruimd voor terugkoppeling waardoor wordt vastgesteld of het leerdoel is gehaald. De leerling krijgt feedback op zijn of haar leren. Dus na de vraag ‘hoe ging het’ volgt ook de vraag: ‘wat heb je geleerd’ en ‘hoe heb je de oplossing gevonden’? Elke dag staat de leerkracht stil bij de wat en hoe vragen.
De terugkoppeling vindt plaats voor de ochtend pauze, voor de middagpauze en aan het einde van de middag.
Het uitgangspunt is dat elke leerkracht op onze school gebruik maakt van de meest optimale didactische aanpak per vakgebied. De leerkracht maakt gebruik van de meest effectieve aanpak. Deze aanpak is effectief voor de meeste leerlingen. In het geval dat een aanpak bij een leerling niet leidt tot de verwachte leerresultaten volgt een analyse van het leerproces van een leerling. Op basis van deze analyse wordt een andere didactische aanpak ontwikkeld die de betreffende leerling ondersteunt bij het verwerven van de leerdoelen. De leerkracht is in staat om de analyse uit te voeren en is bekend met verschillende didactische werkvormen.

De leerkracht werkt met een groep leerlingen, planmatig, aan het behalen van leerdoelen. Maar niet alle leerlingen zijn hetzelfde. Ze verschillen in persoonlijkheid, intelligentie en in de manier waarop ze leren. In het pedagogisch didactisch groepsoverzicht is vastgelegd welke leerlingen een aanpassing in leerstof en didactiek krijgen om de onderwijsleersituatie te optimaliseren. Kortom er wordt handelingsgericht en opbrengstgericht gewerkt door de leerkracht.

In groep 1 en 2 is het onderwijsprogramma opgebouwd aan de hand van thema’s. De thema’s hebben een directe relatie met de belevingswereld van de leerlingen in die leeftijd. De thema’s worden uitgewerkt in groepsplannen waarin de leerdoelen zijn opgenomen en uitgewerkt. De leerdoelen zijn ontleend aan een ontwikkelingsmodel voor jonge kinderen.

Elk blok wordt afgesloten met toetsen. Na de toets volgt een analyse van de resultaten. Zijn alle leerdoelen behaald? Welke leerdoelen zijn niet behaald? Zijn leerdoelen door de hele groep of door een enkele leerling niet gehaald? Wat is de oorzaak van het niet halen van een leerdoel? Welke interventie is nodig om het leerdoel alsnog te behalen. De interventie wordt uitgevoerd en daarna volgt een tweede toets om vast te stellen of het leerdoel alsnog is behaald. Is dat het geval dan wordt het blok afgesloten. Als het niet is gelukt moet de analyse worde uitgevoerd en een tweede interventie worden bedacht. Of deze direct wordt uitgevoerd of in een later stadium is aan de leerkracht. Ook voor de analyse van de opbrengsten is een format uitgewerkt. Dit format wordt ingevuld en opgeslagen.

De leerling is eigenaar van het eigen leerproces
Er wordt gewerkt op een manier waardoor de leerling meer en meer zich eigenaar voelt van zijn eigen leerproces en ontwikkeling. Leerdoelen worden met de leerling besproken en gemaakt werk wordt zoveel mogelijk nagekeken door de leerling zelf.
Bij rekenen en spelling wordt de toets bij het begin van een blok afgenomen.
De uitkomst van de vooraf toets wordt met de leerling besproken. De leerling benoemt zelf de leerdoelen die nog niet of onvoldoende worden beheerst en bedenkt met de leerkracht welke instructie en oefenstof nodig is om de leerdoelen te halen .

Zelfcorrectie wordt maximaal ingezet. De leerlingen vanaf groep 4 kijken het werk zelf na. Het streven is maximale zelfcorrectie als instrument om de leerling te laten leren en zelf verantwoordelijk te laten zijn voor de eigen prestaties. De leerkracht is in beeld als de leerling teveel fouten maakt en / of niet leert van het zelf nakijken. Dit vraagt van de leerkracht een actieve houding. Elke leerling kijkt regelmatig na onder het wakend oog van de leerkracht. Zelf fouten corrigeren wordt ook als vaardigheid geoefend door de leerlingen. De leerkracht bewaakt of leerlingen op een leerzame manier gebruik maken van zelfcorrectie.

Teamsamenstelling
Het team van OBS Op d’ Esch bestaat uit:
Een directie die verantwoordelijk is voor de algemene dagelijkse gang van zaken, de onderwijskundige kwaliteit, het personele beleid, (en beperkt) het financiële beleid en de relaties met ouders en andere externe contacten
Een team van goed opgeleide leerkrachten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het onderwijsprogramma, de sociaal – emotionele en cognitieve ontwikkeling van de leerlingen en de dagelijkse zorg voor de groep.
Een IB-er die deskundig is op het gebied van ondersteuning van die leerlingen die behoefte hebben aan een specifieke aanpak.
Het team wordt gecompleteerd door vakleerkrachten die gespecialiseerd zijn op het terrein van lichamelijke oefening, logopedie en motorisch remedial teaching (MRT) en geestelijke verzorging (GVO)

Het onderwijs in de onderbouw
In de groepen 1 / 2 wordt zo veel mogelijk volgens een vast ritme gewerkt. Dit houdt in dat de dagen opgebouwd zijn volgens een vast patroon. Deze manier van werken geeft onze jonge leerlingen structuur, veiligheid en zekerheid.
Wij vertrouwen op een normale ontwikkeling van de kinderen. De leerkracht heeft hierbij een ondersteunende en begeleidende rol. In een veilig en positief pedagogisch klimaat zorgt de leerkracht voor een rijke leeromgeving waarin samen spelend en ontdekkend leren centraal staat.
Het lesaanbod wordt in de kleutergroepen thematisch ingekleed. Zo wordt er bijvoorbeeld gewerkt over de lente, Sinterklaas, of staat het thema wonen centraal. Het lesaanbod wordt voor iedere periode opnieuw uitgedacht op basis van de verkregen observatiegegevens. Alle activiteiten zijn erop gericht de kinderen te begeleiden naar de volgende stap in hun ontwikkeling.
In de kleutergroepen zijn we op een speelse manier bezig met het ontwikkelen van de lees- en rekenvoorwaarden. De kinderen leren onder andere begrippen als links, rechts, boven en onder. Daarnaast leren de kinderen rijmen, begin- en eindklanken te onderscheiden, en woordjes te ‘hakken’ en ‘plakken’. Kinderen leren ook hun eigen naam te schrijven. Aan het einde van groep 2 kennen de meeste kinderen getallen tot 20 en vrijwel alle letters, voordat ze naar groep 3 gaan.

De taalaspecten zijn verweven in allerlei activiteiten in de groep. Zo doen we taalspelletjes in de kring, houden we kringgesprekken, zingen we liedjes en lezen we prentenboeken. Bij elk nieuw thema en iedere nieuwe planperiode passen we de taalactiviteiten aan. De eerste stappen op weg naar rekenen bestaan uit tellen (vooruit en achteruit), het leren herkennen van de cijfers en hoeveelheden, en begrippen als groot, klein, veel, minder en meest. De leerkracht ontwerpt en bedenkt eigen kringactiviteiten die passen bij het thema en de tussendoelen voor rekenen.
In de kleutergroepen wordt ook gewerkt aan de ontwikkeling van de fijne motoriek om later te kunnen schrijven in groep 3. Tijdens de werklessen komen veel aspecten van de fijne motoriek aan de orde, zoals borduren, tekenen, verven en prikken. In groep 2 beginnen de kinderen met voorbereidende schrijfoefeningen en wordt er geoefend met cijferschrijven.

Ook voor kleuters is het belangrijk dat zij van tevoren weten wat zij van een werkje of activiteit kunnen leren. Daarom wordt ook in de groep 1/ 2 verteld wat het doel van een werkje of activiteit is. De kinderen weten zo van tevoren wat zij gaan leren, zoals bijvoorbeeld het knippen van een rechte lijn of het herkennen van bepaalde lettervormen en getal symbolen. Door het leerdoel van tevoren te noemen, is het mogelijk om ook met jonge kinderen te bespreken hoe er is gewerkt en wat er is geleerd. Ook jonge kinderen kunnen op die manier achteraf aangeven wat al heel goed ging, en wat de volgende keer misschien nog beter kan.

Het onderwijs in groep 3 t/m 8
Onze leerlingen zijn in de groepen 3 tot en met 8 verdeeld over gecombineerde jaargroepen. Dat bete- kent dat kinderen van verschillende leeftijd bij elkaar in de klas zitten. Binnen ons systeem willen we op planmatige wijze omgaan met de verschillen in onderwijsbehoeften tussen leerlingen. We streven steeds naar de meest effectieve en haalbare ondersteuning voor alle leerlingen.
In de groepen spelen de leerkrachten een centrale rol bij het realiseren van de optimale ondersteuning zoals wij die voor al onze leerlingen nastreven. De leerkrachten zijn volledig verantwoordelijk voor de ondersteuning in hun groep en structureren de onderwijsleersituatie dusdanig, dat instructie op drie niveaus mogelijk is.
Er wordt gedifferentieerd naar instructiebehoefte (meer / minder / anders) en er wordt gedifferentieerd naar de inhoud vaan het leerstofprogramma (moet / mag / keuze).
Concreet betekent dit voor de groepen 3 tot en met 8 dat de lessen worden gestart met het benoemen van het leerdoel (wat gaan we leren) en de te hanteren strategie (hoe gaan we dat leren). Vervolgens kunnen leerlingen die de opdracht begrijpen hierna direct aan de slag. De leerlingen die instructie nodig hebben ontvangen hierna een effectieve instructie (uitleg) van de leerkracht, waarna alle leerlingen zelfstandig aan het werk kunnen.
De leerkracht kan vervolgens extra instructie bieden aan een aantal kinderen dat dit nog nodig heeft of op een ander niveau werkt. Na een van tevoren aangegeven periode van geheel zelfstandig werken, is er voor de leerlingen op aangeven van de leerkracht tijd om elkaar te helpen of om hulp te vragen.
Aan het eind van de les is er tijd voor reflectie op wat er geleerd is, of op hoe er geleerd is.

Vak- en vormingsgebieden groepen 3 t/m 8.
OBS Op d ‘Esch is een basisschool. Hier moet de basis worden gelegd. Er is dus veel aandacht voor het leren van de basisvakken en vaardigheden. Er wordt veel tijd besteed aan lezen, taal en rekenen. Maar ook aan het zelfstandig werken en leren. Zoals het uitvoeren van een eenvoudige opdracht tot het oefenen van sommen zonder hulp van de leerkracht. Want er komt een tijd dat er niemand is die je om hulp kunt vragen en dan moet je dit allemaal zelf kunnen. In de groepen 3 t/m 8 wordt gewerkt met methodes. Alle methodes voldoen aan de wettelijke eis dat ze dekkend zijn voor de kerndoelen primair onderwijs.

Hieronder volgt overzicht van de gebruikte methodes per vakgebied.

Leerstof en vakvormingsgebiedenGebruikte methode(n) onderbouw groep 1 t/m 4Gebruikte methode(n) bovenbouw groep 5 t/m 8
1. Werken met ontwikkelingsmateriaal- Werken in hoeken
- Werklessen in thema’s
2. Rekenen/wiskunde- Schatkist
- Ontwikkelingsmateriaal
- gecijferd bewustzijn
- Pluspunt 3
- Pluspunt 3
- Ambrasoft
- Dagelijks rekenen
- Gynzy
3. Taalontwikkeling- Schatkist
- Fonemisch Bewustzijn
- Taal Actief
- Taal Actief
- Dagelijks woordenschat
- Gynzy
4. Spelling / stellen- Taal Actief
- Veilig leren lezen
- Taal Actief
5. Lezen
Technisch lezen
Begrijpend lezen
- Fonemisch bewustzijn
- Schatkist
- Veilig leren lezen
- Nieuwsbegrip
- Racelezen
- Nieuwsbegrip
6. Schrijven - Aan boord- Aan boord
7. Engels - Groove me- Groove me
8. Wereldoriëntatie - Blink!- Blink!
9. Verkeer- Streetwise
- Stap vooruit
- Streetwise
- Op voeten en fietsen
- Jeugdverkeerskrant
10. Muzikale vorming - 123 ZING- 123 ZING
11. Bewegingsonderwijs- Basislessen Bewegingsonderwijs
- Kleutergymnastiek
- Bewegen in het speellokaal
- Basislessen Bewegingsonderwijs
12. Tekenen - Tekenen moet je doen- Tekenen moet je doen
13. Handvaardigheid- Handvaardigheid moet je doen- Handvaardigheid moet je doen
14. SEO- Kinderen en hun morele talenten
- Kinderen en hun sociale talenten
- Kinderen en hun morele talenten
- Kinderen en hun sociale talenten


Leerlingvolgsysteem Cito LVS
Voor het volgen van de vorderingen en ontwikkelingen van de leerlingen maken we onder andere gebruik van Cito-toetsen, methode gebonden toetsen en observaties. Alle verkregen gegevens worden voor alle leerlingen van onze school vastgelegd en bewaard in het digitale leerling dossier.
Wij nemen in alle leerjaren Cito-toetsen af, met uitzondering van groep 1. De kinderen wennen zo spelenderwijs aan de vraagstellingen en opgaven. Zo proberen we de spanning rondom toetsen al vroeg zoveel mogelijk weg te nemen. Het afnemen van de Cito-toetsen in alle leerjaren zorgt er daarnaast voor dat wij altijd goed zicht hebben en houden op de ontwikkeling van onze leerlingen, en tijdig eventuele achterstanden en grote voorsprongen kunnen signaleren. Wij kijken vooral naar de vaardigheidsgroei tussen twee meetmomenten. Dat is en goede indicator of de leerling zich naar verwachting ontwikkelt

Passend onderwijs. Hoe is de extra ondersteuning geregeld – ons ondersteuningsprofiel
We streven er naar om alle leerlingen de ondersteuning te geven die past bij hun onderwijsbehoefte. Dankzij de basiskwaliteit van het team en de preventieve en licht curatieve interventies die zij kunnen plegen, houden we alle leerlingen op school en wordt niemand verwezen naar speciale scholen.

Basiszorg is de zorg die we in huis hebben, het minimumniveau. Deze zorg wordt voor een groot deel verleend door de mensen binnen de school aan elke leerling met een gemiddelde behoefte aan ondersteuning.

Breedtezorg is de speciale zorg die we bij ons op school kunnen bieden. Die zorg wordt zorgvuldig afgestemd met de ouders en eventueel externe onderwijs- en zorginstellingen. Voor deze ondersteuning werken we samen met het Steunpunt Passend Onderwijs van het samenwerkingsverband, de onderwijsbegeleidingsdienst CEDIN in Drachten en het Centrum voor Jeugd en Gezin en Veiligheid in de gemeente Westerwolde

Dieptezorg is de zorg die buiten onze school is georganiseerd en wordt aangeboden in speciale onderwijsvoorzieningen, bijvoorbeeld in het speciaal onderwijs. Als een kind dieptezorg nodig heeft, dan kan ons zorgteam besluiten om met de ouders een verwijzing aan te vragen voor het speciaal (basis)onderwijs. Wij werken samen met:
  • De Baldakijn in Stadskanaal, een speciale school voor basisonderwijs.
  • De Catamaran in Stadskanaal, school voor praktijkonderwijs.
  • De Meidoornschool in Stadskanaal, school voor zeer moeilijk lerenden voor speciaal en voortgezet onderwijs.
  • Regionaal expertisecentrum Noord Nederland in Groningen, een onderwijsorganisatie voor leerlingen met beperkingen in gedrag en/of psychiatrische problematiek.


Onze school heeft als partner, de mogelijkheid om de hulp van een orthopedagoog van onderwijs begeleidingsdienst Cedin, in te roepen.

Het team van OBS Op d ’Esch kan dankzij de aanwezige deskundigheid en kwaliteit een grote diversiteit aan ondersteuning bieden. Leerlingen met de volgende problematiek kunnen door ons worden ondersteund:
  • Concentratieproblemen
  • Leerachterstanden/leerproblemen
  • Taalachterstanden/taalproblemen (bij NT2 problematiek wordt verwezen naar Interschool).
  • Kinderen met hechtingsproblemen.
  • Kinderen met stoornissen in het autistische spectrum
  • Kinderen met ADHD.
  • Kinderen met dyslexie (indien er geen sprake is van co-morbiditeit, wisselwerking met sociaal emotionele stoornis).


Mochten we een aanmelding krijgen van een leerling met te verwachten leer- of gedragsproblemen of leerlingen met een zogenaamd rugzakje, dan wordt altijd een afweging gemaakt of de school de gevraagde ondersteuning kan leveren, voordat tot plaatsing over kan worden gegaan. De directeur, de interne begeleider en de desbetreffende groepsleerkracht zullen de toelating eerst met de ouders bespreken.
Mocht tot plaatsing (al of niet tijdelijk) worden overgegaan, dan zal jaarlijks met het team en de ouders worden bekeken en worden beslist of het kind nog een jaar kan blijven.

Criteria die we hanteren bij plaatsing (of verlenging van plaatsing) zijn:
  • Passend binnen het standaard aanbod.
  • Samenstelling van de groep.
  • Indien er geen leerling dossier aanwezig is, vindt er tijdens de proefplaatsing onderzoek plaats.
  • De volledige medewerking van ouders is nodig.
  • Er wordt in kaart gebracht welke materiële voorzieningen het schoolteam nodig heeft voor dit specifieke kind.

Nieuwe aanmeldingen/tussentijdse instroom:
Als de ouders een keuze hebben gemaakt voor OBS Op d’ Esch kan het kind aangemeld worden. De ouder meldt het kind schriftelijk aan, zo mogelijk tenminste tien weken voor de start van een schooljaar. De ouder geeft daarbij aan of hij/zij denkt dat het kind extra ondersteuning nodig zal hebben.

Welke ondersteuning kunnen wij niet bieden?
Kinderen op onze school hebben recht op een goede begeleiding. Helaas kunnen wij dit voor een beperkte groep kinderen niet bieden. We denken op dit moment aan kinderen met:
  • Zeer zware slechtziendheid, blinde kinderen.
  • Zeer zware slechthorendheid/doofheid.
  • Ernstige spraak/taalproblemen.
  • Lage verstandelijke vermogens (richtlijn IQ lager dan 70), syndroom van Down.
  • Wanneer er structureel 1 op 1 begeleiding nodig is.
  • Zeer geringe (sociale) zelfredzaamheid (lichamelijke beperking of chronische / langdurige ziekte).
  • Noodzakelijk medisch handelen welke niet op school of door het schoolteam verzorgd kunnen worden, bijvoorbeeld kinderen met spasmen.
  • Wanneer kinderen gewetenloos handelen, extreem agressief gedrag vertonen, waardoor de veiligheid en/of het welbevinden van de omgeving (groep, leerkracht) in gevaar komt; bijvoorbeeld indicatie ODD / Borderline / ernstige psychische problemen.
  • Kinderen waarbij de geboden zorg onvoldoende effect heeft.
  • Kinderen die een beperking hebben in de mogelijkheid tot participatie in het onderwijs zoals omschreven in artikel 13 van de wet op expertisecentra.

Logopedie op school
Op de basisscholen in de gemeente Westerwolde screent een logopediste alle kinderen ongeveer in de maand dat ze vijf jaar worden. Zo nodig vindt nader onderzoek plaats. Ook jongere of oudere kinderen kunnen worden aangemeld voor onderzoek. De aanmelding gebeurt meestal door de school na overleg met de ouders/verzorgers.
Redenen van aanmelding kunnen zijn:
  • uitspraakproblemen;
  • taalachterstand;
  • stemproblemen;
  • gehoorproblemen;
  • niet vloeiend spreken;
  • verkeerd tonggebruik.

De logopediste onderzoekt de kinderen en beoordeelt of logopedie al dan niet noodzakelijk is.
De kinderen die behandeling nodig hebben, worden op school in een aparte ruimte behandeld door de logopediste met toestemming van de ouder(s). De verantwoordelijkheden voor de behandeling berusten bij de logopedist. Bij specifieke behandelingen en/of wachtlijsten wordt doorverwezen naar een logopediepraktijk.

De GGD op school
De GGD Groningen houdt zich bezig met de gezondheid van de bevolking in de provincie Groningen. Hieronder valt ook de jeugd. Voor ouders en verzorgers is het volgende belangrijk om te weten:
  • de verpleegkundige van de GGD onderzoekt van alle kinderen in groep 2 en groep 7 het gehoor en het gezichtsvermogen;
  • onderzoekt de GGD -logopediste in groep 2 de spraak -, taal - en stemontwikkeling. Op verzoek van ouders en verzorgers kunnen ook kinderen uit andere groepen worden onderzocht;
  • de verpleegkundige van de GGD houdt wekelijks een telefonisch spreekuur. Ouders en verzorgers kunnen hier terecht met vragen over de groei, ontwikkeling en opvoeding van hun kind. De verpleegkundige raadpleegt de schoolarts als de vragen van medische aard zijn of als er aanvullend onderzoek nodig is;
  • ouders, leerkrachten en leerlingen krijgen regelmatig schriftelijke informatie van de GGD over zeer uiteenlopende onderwerpen op het gebied van gezondheid. Schoolkrantartikelen, folders of brochures worden op alle scholen verspreid. Andere informatie wordt op aanvraag toegestuurd. Bijvoorbeeld een folder over hoofdluis of over goede voeding.

De GGD krijgt de naam en adresgegevens van uw kind van de gemeente en consultatiebureau. De kinderen worden via de school opgeroepen en daarvoor is het nodig dat de school leerling-gegevens zoals geboortedatum en de groep waarin de leerling zit doorgeeft aan de GGD.
De school besteedt zelf ook aandacht aan gezondheid door het uitvoeren van projecten en het organiseren van ouderochtenden. De GGD adviseert en begeleidt scholen hierbij. De GGD heeft veel (les)materialen die de school bij de activiteiten rond gezondheid kan gebruiken. Er is (les)materiaal over bijvoorbeeld voeding, mondgezondheid, relaties en seksualiteit, roken, genotmiddelen, pesten en agressie.
Heeft u vragen of wilt u in het algemeen iets weten over gezondheid? Meer informatie kunt u vinden op website van de GGD Groningen

Hulp bij opvoeding
Voor informatie of advies over de opvoeding van uw kind(eren) kunt u contact opnemen met het Centrum Jeugd, Gezin en Veiligheid (CJGV) – gemeente Westerwolde

Wie helpen wij
  • Ouders en opvoeders: bijvoorbeeld als u vragen hebt over de opvoeding van uw kinderen of als hier hulp bij nodig hebt
  • Jeugdigen: als je je thuis, binnen je familie of in je vriendenkring niet prettig voelt of problemen hebt
  • Iedereen die zich zorgen maakt over mensen in hun omgeving. U kunt hierbij denken aan iemand die zich afwijkend gedraagt, vereenzaamt of overlast veroorzaakt.

Contactgegevens CJGV gemeente Westerwolde
Telefoonnummer: 0599 32 02 20 - Email: cjgv@westerwolde.nl

Inspectie basisonderwijs
De inspectie is onder andere belast met het toezicht op het onderwijs. Wilt u informatie of heeft u vragen aan de inspectie, dan kunt u zich richten tot info@owinsp.nl of kijken op www.onderwijsinspectie.nl.

Vragen over het onderwijs?
Ondanks alle informatie in deze gids, kan het voorkomen dat u nog vragen heeft. Vragen over school kunt u stellen aan een van de teamleden of aan de directeur. Ook kunt u vragen en antwoorden over onderwijs in het algemeen vinden op de website van de rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/basisonderwijs/vraag-en-antwoord